dinsdag 10 januari 2017

Racisme 2.0.?

Michael De Cock beweert dat ik haatpraat op internetfora genre “weeral een bruine minder”, als reactie op het Turks-Belgische slachtoffer van de aanslag in Istanboel, als “helemaal niet racistisch” omschrijf. Dat is pertinent onwaar. Natuurlijk is zo’n gore uitspraak racistisch, en in het interview in De Tijd heb ik niets anders beweerd. 

Daar merkte ik enkel op dat zo’n schofterig leedvermaak niettemin onder de vrije meningsuiting zou moeten vallen, in tegenstelling tot wat de Belgische antiraciwetgeving daarover stelt. Dat De Cock daaruit afleidt dat ik die bagger "helemaal niet racistisch" vind, toont enkel aan hoeveel verwarringe over dat begrip bestaat. De vrije meningsuiting, zoals Jogchum Vrielink betoogt in zijn bundel Pro Deo, geldt bij uitstek voor verontrustende, choquerende of gore meningen. Dus voor racisme en haatpraat. Iedereen kan sympathieke en toffe meningen tolereren. Een echte opgave wordt het pas bij haatpraat.

In De Tijd liet ik optekenen dat niet racislme, maar onze morele gevoeligheid ervoor gestegen is. Dat is goed nieuws, want die “morele ophoging”, zoals de socioloog Gabriël van den Brink ze noemt, is zelf een teken van morele vooruitgang. Maar blijkbaar werkt dat vooruitgangsbetoog over racisme, dat ik hier eerder uitwerkte (28/06/2014), in bepaalde kringen als een rode lap op een stier. De Cock doet smalend over het “kijk-maar-naar-de-statistieken vooruitgangsoptimisme” en verwijt me dat ik de problemen minimaliseer. De vereniging Kifkif, die zich inzet voor de strijd tegen racisme, nomineerde me onlangs voor de “ergste uitspraak van het jaar”, louter en alleen omdat ik had gezegd dat we op haar strijd terrein winnen.

De enige politiek correcte mening over racisme lijkt defaitisme: het wordt altijd en overal erger. Al wat onder die lat gaat, heet "vergoelijking". De term “groepisme” voor racistische uitlatingen, die Guillaume Van der Stighelen gebruikte in het interview, wimpelt De Cock af als “eufemisme van het jaar”. In werkelijkheid gaat het om een begrip uit de sociaal-psychologische literatuur. “Groupism” is de menselijke neiging om zich met een homogene “wij” te identificeren waarmee we ons afzetten tegen een “zij”. Racisme is inderdaad een vorm van groepisme, maar een bijzonder virulente vorm, omdat het zich ent op onveranderlijke menselijke kenmerken (in tegenstelling tot cultuur, taal of religie).

De Cock toont in zijn tribune precies mijn punt aan over de politiek correcte oververhitting in het racismedebat. Wie wat historisch perspectief aanbrengt, of kanttekeningen zet bij de breed uitgesmeerde aandacht voor de drek van marginale internettrollen (zoals ook Karel Verhoeven terecht deed in zijn edito), krijgt meteen te horen dat zijn argumenten "naar vergoelijking van racisme stinken” en dat ze maar “een beetje minder triest zijn dan het gedrag zelf”.

(De Standaard, 10/01/17)

maandag 2 januari 2017

De beerput van PVDA is nog lang niet uitgewalmd

In mijn stuk in Zeno (De Morgen) betoogde ik dat de PVDA haar Stalinistische verleden nog steeds niet verwerkt heeft. Net zoals bij Vlaams Belang, stijgen er geregeld beerputwalmen op uit de partijrangen. Natuurlijk zijn er verschillen: de ideologieën van waaruit Vlaams Belang en PVDA stammen zijn elkaars tegenpolen, en hun respectieve voorlopers hebben met andere genocidaire regimes meegeheuld.
Maar de ambivalente houding van beide partijen, en de interne machtsstrijd tussen vernieuwers en verstokte oudgedienden, vertoont opvallende gelijkenissen. Bovendien is de historische en ideologische afstand tussen PVDA en Stalin en Mao enerzijds, zoals ik betoogde, kleiner dan die tussen Vlaams Belang en Hitler anderzijds.
Daarover het volgende: als twee mensen van verschillende politieke gezindten onafhankelijk tot dezelfde conclusies komen, dan is het misschien gewoon omdat ze een goed punt hebben, niet omdat er duistere machinaties in het spel zijn. Bovendien is wijzen op de politieke contacten en sympathieën van een partij met ranzige figuren helemaal geen "guilt by association". Niet alleen is het een legitieme vorm van argumentatie, het is ook precies wat Mertens zelf - terecht - doet met de historische banden tussen Vlaams Belang en N-VA met de collaboratiebeweging.

Steun aan Noord-Korea

Ter zake: de zwaarste beschuldiging van Peter Mertens aan mijn adres gaat over de ontwerpresolutie in 2011 over Noord-Korea. Daarover schrijft hij: "Als een ware feitenacrobaat heeft Boudry onze naam letterlijk 'geplakt' op een ontwerptekst die wij nooit hebben ingediend of ondertekend." Deze beschuldiging van schriftvervalsing is ronduit lasterlijk. De auteur van de bewuste resolutie, die de volle steun uitspreekt voor het totalitaire regime van Noord-Korea, is voor iedereen zichtbaar op het internationale communistische webplatform Solidnet.org, exact zoals ik in Zeno schreef: "Workers' Party of Belgium", de Engelse naam voor PVDA.
Het document staat netjes tussen alle andere resoluties en verklaringen die PVDA daar tot op vandaag online zet, en het is de enige versie van de resolutie over Noord-Korea die daar staat (zie screenshot hieronder).

Screenshot Solidnet.org
Screenshot Solidnet.org © .

Met de volledige uitleg over die resolutie en haar geschiedenis wil ik u niet lastigvallen. Daarvoor verwijs ik u door naar mijn blog, in het bijzonder de noot onderaan, die dieper ingaat op de opmerkingen van de afgelopen dagen over de resolutie. De PVDA moet zelf maar uitmaken wie binnen de partij hun account op Solidnet beheert, en wie die tekst - zogezegd de verkeerde? - in hun naam heeft geschreven en geüpload, twee weken na het bewuste congres. Maar ze moet critici niet beschuldigen van vervalsing.

Screenshot Solidnet.org
Screenshot Solidnet.org © .

Toen ik Peter Mertens met deze screenshots confronteerde op Twitter en om excuses vroeg, ontstonden er onder de PVDA-kameraden allerlei wilde complottheorieën, als zou ik die screenshot gemanipuleerd hebben, bewijsmateriaal uitgewist, of zelfs Solidnet gehackt --- geruchten die voorzitter Peter Mertens gretig oppikte en zelf de wereld in stuurde. In werkelijkheid staat de frase "Written by Workers' Party of Belgium" daar nog altijd bovenaan het document, voor iedereen zichtbaar, op deze link van Solidnet.
Formeel: dit document getweet én verwijderd door @mboudry is 100% fake. Iemane voegde "written by WPB" toe. Wie? Waarom? Wanneer excuses? https://twitter.com/DeWitteKim/status/815581964556271616 
Los van wat er allemaal wél instaat, valt op wat er vooral niét in de lange repliek van Mertens staat. Nergens veroordeelt hij het regime van Fidel Castro, wiens massamoorden eerder werden vergoelijkt door partijgenoot Raoul Hedebouw. Net zomin neemt hij afstand van de congresverklaring van de International Meeting of Communist and Workers' Parties in Hanoi dit jaar, bijgewoond door Mario Franssen van de PVDA, waar de 100-jarige viering van het terreurbewind van Lenin wordt gepland (de Oktoberrevolutie). En waarom zou hij?

'De beerput van PVDA is nog lang niet uitgewalmd'
© .

Zoals de linkse historicus Luther Zevenbergen aantoont op zijn blog, beroept de PVDA zich in haar congresbundel Beginselvaste partij uit 2008 - de neerslag van haar zogenaamde "verniewingsoperatie" - nog steeds op de erfenis van Lenin, de man die het communisme bloedige tanden gaf.
In die tekst wordt het terreurbewind van "de jonge Sovjet-Unie", nog steeds vergoelijkt met de traditionele argumenten, namelijk dat Lenin te kampen had met "interventie, economische blokkade, politieke en militaire omsingeling, subversie, sabotage en desinformatie." De tekst betreurt zelfs de "dramatische gevolgen" van de ineenstorting van de Sovjet-Unie in Oost-Europa, uitgerekend met de term "fluwelen contrarevolutie", een concept van de huisstalinist Ludo Martens, naar zijn gelijknamige boek.

Afstand nemen van Fidel Castro

Mertens doet geen enkele moeite om zich van Fidel Castro te distantiëren, maar des te meer van professor Jan Blommaert. Die is namelijk helemaal geen "trouwe PVDA-militant", zoals ik schreef. Het ligt eraan. Blommaert stemt al jaren op de PVDA, zo zegt hij zelf, al van in het Stalinistische tijdperk (interview in PVDA-blad Solidair uit 2007). De PVDA pakt op haar eigen website uit met een heel artikel "Waarom professor Jan Blommaert op de PVDA+ gaat stemmen".
Maar goed, als Mertens zich liever wil distantiëren van Blommaert dan van Fidel Castro, mij niet gelaten. Mijn enige onvergeeflijke blunder is dat ik Blommaert als "psycholinguïst" beschreef, terwijl hij in werkelijkheid "sociolinguïst" en "linguïstische antropoloog" is. Mijn excuses aan professor Blommaert. Ik hoop dat "psycholinguïst" geen scheldterm is in zijn vakgebied. In ieder geval, welke -linguïst Blommaert ook is, tot op vandaag staat hij pal achter zijn lofrede op Ludo Martens' witwasboek over Stalin, dat volgens hem getuigt van "wetenschappelijke objectiviteit" en dat vele "verzinsels en leugens over Stalin" heeft doorprikt (Blommaert noemt er geen enkele). Ik begin te begrijpen waarom Mertens zich van hem wil distantiëren.
Nog over het verwijt van dubbele standaarden. Als Mertens wil dat ik me uitspreek over de N-VA die collaborateur Bob Maes "op handen draagt", dan nodig ik hem uit om links en documentatie te geven, zoals ik ook doe. Maar hij trapt een open deur in. Dat er beerputwalmen opstijgen ter rechterflank, was het allereerste punt dat ik maakte in mijn stuk in Zeno. Dat is vooral het geval bij het Vlaams Belang, maar in mindere mate ook bij N-VA, en gebeurlijk zelf bij andere democratische partijen (zoals de CD&V-er Johan Sauwens die bij het Sint-Maartensfonds opdook). Net zoals ook sommige SP-A'ers met Fidel Castro dwepen. En over Saoedi-Arabië? Ik roep ons land al jaren op om de diplomatieke banden met dat theocratische en barbaarse regime te verbreken.
De stelling van mijn essay was dat de PVDA, net zoals het Vlaams Belang, een ambivalente houding heeft ten aanzien van haar verleden, en dat de beerput - gezien de recente demping - nog een paar jaar zal blijven walmen. Mijn punt was niét dat Peter Mertens een heimelijke Stalinist is die in de Kalmthoutse Heide een nieuwe Goelag-archipel wil inrichten (hoewel hij minstens 13 jaar lid was van de PVDA in periode van volle verheerlijking van Stalin, Mao en Noord-Korea). Dat verstokte Stalinisten hem vandaag als een sociaal-democratische "reformist" en daarom afvallige afschrijven, zoals ik in mijn essay zelf opmerkte, spreekt op zich in zijn voordeel.

Maar Peter Mertens heeft me wel een ander inzicht bijgebracht: een kat in het nauw maakt rare sprongen, zeker als het beest ideologische dogma's aanhangt. Dat Mertens als nationale voorzitter van zijn partij zonder verpinken leugens en complottheorieën verspreidt wanneer hij in het nauw wordt gedreven, en weigert zich daarvoor te verontschuldigen, heeft voor mij nogmaals mijn punt bevestigd: als SP.A met dit soort sujetten in zee gaat, dan kan ze naar mijn stem fluiten. En ik ben wellicht niet de enige.

(Knack - 2/1/17)

zaterdag 31 december 2016

We zijn veel te lief voor extreemlinks: Over het dempen van ideologische beerputten

Hoe weet je of een partij heeft gebroken met haar ranzige verleden? De voorloper van het Vlaams Belang, het Vlaams Blok, heeft diepe wortels in de collaboratiebeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verschillende kopstukken hebben in hun jeugd geflirt of gedweept met het neo-Nazisme. De videobeelden uit 1991 waarop Filip De Winter schreeuwt om een “blank Europa”, zijn wijd en zijd bekend. Sinds enige tijd doet de partij veel moeite om zich een salonfähig imago aan te meten.

Maar is de beerput gedempt, of is er enkel een slordig deksel over gelegd? Wat vaststaat, is dat er geregeld onwelriekende walmen uit opstijgen. Dan brengen VB-kopstukken hulde aan het graf van Vlaamse SS-collaborateurs, of duiken er getuigenissen op van partijbijeenkomsten waarop het Horst Wessel lied – de officiële hymne van de NSDAP – wordt aangeheven, of de superioriteit van het blanke ras te bezingen. Dat soort voorvallen gebeurt net iets te vaak om toevallig te zijn.   

Enkele weken geleden nog was de beerputlucht weer eens niet te harden. Kopman Filip De Winter gaf een toespraak voor het Griekse Gouden Dageraad, een neo-nazistische partij die openlijk pronkt met swastika-symbolen. De Winter en zijn gevolg werden uiteindelijk terechtgewezen door hun partijbestuur, maar anderzijds mochten de kwajongens en -meisjes gewoon in de partij blijven. Dat is het politieke equivalent van wat sproeien met de luchtverfrisser: de beerput blijft walmen, maar de geur is wat minder doordringend. 

Die ambivalente houding met het verleden wijst op een delicate evenwichtsoefening. Aan de ene kant wil het Vlaams Belang beschaafd en salonfähig overkomen, maar aan de andere kant wil ze de achterban van het eerste uur niet teveel tegen de haren in strijken. Naar wat de partijtop écht denkt, blijft het gissen. Vond Tom Van Grieken het bezoek aan de neo-nazi’s van de Gouden Dageraad echt over de schreef, of zat hij enkel verveeld met de media-aandacht, die hem noopte tot een symbolische vingertik? Wat zou hij tegen Filip De Winter onder vier ogen gezegd hebben: “Met neo-Nazi’s wil ik niets te maken hebben”, of eerder “Ik zing ook wel eens het Horst Wessel lied, maar doe dat toch discreet.”

Wat soms wel eens vergeten wordt, is dat de communistische PVDA,  aan het andere uiterste van ons politieke landschap, eveneens worstelt met haar aangebrande verleden. De partij werd dertig jaar lang geleid door Ludo Martens, een man die twee andere massamoordenaars van de twintigste eeuw verheerlijkte: Stalin en Mao. Onder zijn leiding stond de Belgische PVDA bekend als één van de meest beginselvaste communistische partijen wereldwijd. Martens’ boek Een andere kijk op Stalin uit 1994, uitgegeven door de PVDA-uitgeverij EPO, is een onversneden apologie  van vadertje Stalin, waarin hij al diens misdaden ofwel vergoelijkt ofwel als “reactionaire” leugens van de bourgeoisie afdoet. Martens stak ook de loftrompetten van het communistische terreurbewind in Noord-Korea en bezocht de grote leider Kim Il-sung in 1994, als laatste buitenlandse gast voor de dictator overleed.

Heeft de PVDA haar eigen beerputten gedempt? De nieuwe voorzitter Peter Mertens, die de zieke Ludo Martens opvolgde in 2008, beweert van wel. Na de vernieuwingsoperatie in 2008 zou er niet langer plaats zijn voor mensen die met massamoordenaars dwepen. De PVDA vindt nog steeds haar inspiratie in Marx, maar pleit nu voor een Socialisme 2.0. In een publieke verklaring van de partij, te raadplegen op haar website, neemt ze officieel afstand van Mao en Stalin, en beweert ze dat ze “elk contact met de regerende Arbeidspartij van Korea of met welke vertegenwoordiger van het Noord-Koreaanse regime” kordaat heeft verbroken.

Maar net zoals bij het Vlaams Belang stijgen er geregeld walmen op uit de zogezegd gedempte beerput. In 2011, drie jaar na de vernieuwings­operatie, diende de PVDA een ontwerp­tekst voor een resolutie in op het door haarzelf georganiseerde International Communist Seminar in Brussel, over het “Amerikaanse imperialisme op het Koreaanse schier­eiland”. Die tekst, te vinden op het communistische solidnet.org, veroordeelt de “agressieve en provocerende manoeuvres van de Amerikaanse imperialisten tegen de Democratische Volks­republiek Korea”. In de slotzin lezen we: “Wij betuigen onze trouwe solidariteit (firm solidarity) aan de Arbeids­partij van Korea en het Koreaanse volk in hun belangrijke strijd voor vrede”.


Bemerk de steun aan de Arbeids­partij, het totalitaire regime van Noord-Korea dus, waarvan Peter Mertens beweerde dat alle banden sinds 2008 compleet werden verbroken. En bedenk dat dit nog publieke uitlatingen zijn, in principe voor iedereen toegankelijk. De internationale bijeenkomsten van de PVDA vinden achter gesloten deuren plaats, afgeschermd van pottenkijkers. Wat zou daar zoal over de lippen gaan? Tom De Meester van PVDA beweert op Twitter dat de verwijzing dat de expliciete steun aan de Arbeidspartij uit de finale versie van de resolutie is geschrapt (zie noot onderaan).

De Arbeids­partij waaraan de ontwerptekst solidariteit betuigt, is verantwoordelijk voor miljoenen doden, door georganiseerde ‘straf­uithongering’ en executies van verraders en dissidenten. Sinds zijn aantreden in 2011 heeft dictator Kim Jong-un naar schatting 300 mensen laten executeren. Naar goede stalinistische traditie waren bijna de helft van de slachtoffers militaire en politieke bestuurs­leden uit de eigen rangen. Onder dat partij­­bewind is Noord-Korea niets minder dan een openluchtgevangenis, waarin 99 procent van de bevolking in erbarmelijke omstandigheden leeft, onder de knoet van de knettergekke Kim-dynastie. Naar schatting tienduizenden mensen leven in concentratiekampen voor politieke dissidenten, waar ze levens­lang dwang­arbeid verrichten en worden gefolterd. De Nederlandse socioloog Abram de Swaan schrijft in zijn boek Compartimenten van vernietiging dat Noord-Korea “het enige regime is dat tot op de dag van vandaag zijn beleid van vernietiging van de eigen bevolking voortzet”.

Dat de PVDA haar oude demonen nog niet heeft uitgebannen, blijkt ook uit andere incidenten en uitspraken. In de congresverslagen van het internationaal communistisch congres in Hanoi dit jaar lezen we dat de PVDA opnieuw present was, ondanks beloften om dat soort bijeenkomsten niet langer bij te wonen (DM 08/12). Opnieuw staat ze samen op een lijst met vertegenwoordigers uit Noord-Korea. In de gezamenlijke congresverklaring spreken de aanwezige delegaties hun inzet uit voor de viering van de 100e verjaardag van de Oktoberrevolutie, die het begin inluidde van het terreurbewind door de Bolsjevieken. Na de dood van Fidel Castro stak Raoul Hedebouw de loftrompetten voor Fidel Castro. In een interview met Dag Allemaal wou hij de executie van duizenden dissidenten en opsluiting van homoseksuelen niet per se “misdadig” noemen. Natuurlijk was niet alles “rozengeur en maneschijn” in Cuba, zo wou hij nog net toegeven, maar je moet begrijpen dat het land in staat van oorlog was “door de druk van de V.S.”.

En kameraad Ludo Martens? In zijn “Afscheid van een kameraad” uit 2011 rept Han Soete, mediaspecialist van PVDA, met geen woord over de Stalin-verheerlijking van zijn leermeester. De trouwe PVDA-militant Jan Blommaert, professor psycholinguïstiek aan de universiteit van Tilburg, neemt zelfs de verdediging op voor Martens apologie van Stalin. Blommaert looft de “grondigheid van het feitenonderzoek” en de “objectiviteit” van kameraad Martens. Natuurlijk was hij niet “neutraal”, zo geeft Blommaert toe, maar dat zijn andere wetenschappers ook niet die “vooral de negatieve kanten” van Mao en Stalin belichten. U weet wel, die miljoenen doden in de Goelag, de massa-executies van de Grote Zuivering en de georkestreerde strafuithongering in de Oekraïne.

De politicoloog Pascal Delwit van de ULB schrijft in zijn boek PTB, nouvelle gauche, vieille recettes dat de PVDA/PTB op twee benen hinkt. Naar de buitenwereld toe heeft ze een gematigd imago, maar binnen de eigen partijrangen wordt de strikte Marxistisch-leninistische lijn aangehouden. De spreidstand van Peter Mertens is vergelijkbaar met de spreidstand van het Vlaams Belang. De “vernieuwers” willen breken met het verleden, althans openlijk, maar de oude garde betreurt dat ze hun principes verloochenen en zwichten voor “politieke correctheid” (geen Oostfront-nostalgie meer, geen gore racistische praat). Ook de oude garde bij PVDA heeft heimwee naar Mertens’ voorganger. Verstokte communisten betreuren dat Mertens niet langer de moed heeft om de erfenis van Stalin en Mao te verdedigen. In een artikel op de website van de Russische Communistische Arbeiderspartij wordt Mertens een “revisionist” en “opportunist” genoemd, die het kapitalisme niet langer wil ten gronde richten, maar eerder bijsturen en hervormen, geheel tegen de geest in van het dialectisch materialisme.  Een verloochening van de zuivere leer dus.

De ideologische spreidstand van Vlaams Belang en PVDA is gelijkaardig, maar in de perceptie is er een merkwaardig verschil. Meeheulen met linkse dictators en totalitaire regimes wordt doorgaans minder zwaar aangerekend dan gelijkaardige sympathieën aan de rechterflank. Raoul Hedebouw mag de toffe peer uithangen bij De Slimste Mens, Gerolf Annemans niet. Hoe komt dat? De voornaamste reden daarvoor is dat het communisme, ondanks de tientallen miljoenen doden die het op haar geweten heeft, nog steeds een aaibaarder imago heeft. Marx en Lenin worden gezien als idealisten die droomden van een betere wereld, mensen die het eigenlijk goed bedoelden maar wat te hard van stapel liepen. Fidel Castro heeft al bij al toch voor gratis gezondheidszorg gezorgd in Cuba. En wie kan weerstaan aan het iconische charisma van de slecht geschoren vrijheidsstrijder Che Guevera (in werkelijkheid een genadeloze massamoordenaar)?

Het perverse effect van die vermeende “goede bedoelingen” is dat ze als een soort morele vrijgeleide dienen om massamoord en dictatuur te verschonen. De weg naar hel ligt geplaveid met goede bedoelingen, en zelfs Hitler was een idealist. Bovendien is het onduidelijk of de PVDA, vergeleken bij het Vlaams Belang, er op alle vlakken als de betere partij uitkomt. De ideologische en historische afstand tussen de PVDA en Stalin of Mao is anno 2016 minder groot dan die tussen het Vlaams Belang en Hitler, zoals blijkt uit de directe of indirecte banden met Noord-Korea, Venezuela en Cuba. Het nationaalsocialisme is politiek zo goed als dood, maar het communisme maakt tot op vandaag slachtoffers.

Moet de PVDA dan ook achter een cordon sanitaire geplaatst worden, zoals het Vlaams Belang? (het kan gezellig worden daar achter de schutskring). Voor mij niet, want ik vind een cordon sanitaire om strategische redenen onverstandig. Maar de vergoelijking van massamoordenaars en steun voor totalitaire regimes is geen trivialiteit. Het is moreel compleet verwerpelijk.
De Antwerpse SP-A kopman Tom Meeuws kondigde deze week zijn plannen aan om bij de volgende verkiezingen een progressief front te vormen met PVDA+ en Groen. Ook nationaal voorzitter John Crombez liet begin dit jaar verstaan dat hij samenwerking met PVDA+ niet uitsluit. Voor mij is het duidelijk: als van die plannen iets terecht komt, dan is dat voor mij voldoende reden om zeker niet op de SP-A te stemmen. Idem voor de N-VA en haar bereidheid om een coalitie met het Vlaams Belang te vormen. Een cordon sanitaire hoeft niet, maar mag de kiezer een beetje intellectuele hygiëne verwachten, aan weerszijden van het politieke spectrum?

Zeno, 31/12/2016


Noot over de resolutietekst over Noord-Korea

Tom De Meester, energiespecialist van de PVDA, beweert op Twitter dat de expliciete steun aan Noord-Korea en de "firm solidarity" met het Noord-Koreaanse regime in de finale versie van de resolutie is geschrapt. Daarvoor verwijst hij naar een artikel op de website van de RTBF. Nadat de RTBF-redacteur de PVDA/PTB interpelleerde over de aangebrande resolutie, ontving ze van de partij een PDF van de "finale" resolutie, waarin de gewraakte zinsnede inderdaad is gewijzigd. 

Is dit werkelijk de finale versie van de resolutie? De versie van de resolutie waaruit ik citeer in Zeno, is de enige versie die is terug te vinden op de website solidorg.net, een platform opgericht door de Griekse communistische partij, waarin communistische partijen aller landen hun verklaringen en resoluties kunnen delen. Het document in kwestie staat tussen een lijst van andere verklaringen over diverse onderwerpen, allemaal geüploaded door de account van de "Worker's Party of Belgium", de PVDA dus. 



Als de versie op de RTBF-site de "finale" versie is, waarom hebben ze die dan niet op hun platform gezet, in plaats van de "draft" die steun betuigt aan een totalitair regime van massavernietiging? Moet ik de PVDA werkelijk van dat soort idiote zelfbeschadiging verdenken? Op Google is er niets van die "finale" versie terug te vinden. De enige link die me bekend is, en die me gisteren onder ogen kwam, staat op de site van de RTBF, die het document rechtstreeks en post factum, na een gênante onthulling, van de PVDA kreeg. 

Wie heeft die "draft" tekst overigens geschreven in de partij? En als het echt om een draft van "5 mei" gaat, vóór de aanvang van het congres, waarom staat het dan onderaan gedateerd op 26 mei, bijna twee weken na het congres, met een lijst ondertekenaars (ook PVDA), en met de uitnodiging "open further endorsements"? En nogmaals: waarom is die aangebrande '"draft" als enige document geüploaded op 1 juni door de PVDA, toen er zogezegd al twee weken een "finale" en opgekuiste versie bestond?














vrijdag 9 december 2016

De kniepeesreflex van de politieke correctheid

Soms tonen de reacties op een artikel beter de stelling aan dan het artikel zelf. In Zeno dit weekend betoogde ik dat het begrip “politieke correctheid”, hoewel vaak misbruikt, geen hersenspinsel van rechts is, of louter een stoplap om racistische praat te vergoelijken. Politieke correctheid is een specifieke ideologie ter linkerzijde, die diversiteit verheerlijkt en elke vorm van kritiek op minderheden als “racistisch” of “rechts” wegzet .

Het beste diagnostische criterium voor politieke correctheid in de huidige context, is kritiek op de islam. Die is voor de politieke correctheid wat het hamertje bij de dokter voor de kniepeesreflex is. Die reflex werd mooi geïllustreerd door de populairste lezersreacties op de Facebook-pagina van deze krant. “Extreemrechtse” praat, zo oordeelde iemand. Een ander schreef ik dat ik een “rechtse wolf in schapenvacht” was. Eens je bent gebrandmerkt als “rechts”, wordt verdere discussie in deze kringen overbodig. Het is het equivalent van oorwas in het publieke debat.

Maar goed, dat zijn internettrollen, zal u zeggen. Die kramen wel meer onzin uit. Gediplomeerde intellectuelen laten zich toch niet op dergelijke kniepeesreflexen betrappen? Enter Jef Verschueren, gewoon hoogleraar taalkunde aan de UA. In zijn reactie op mijn stuk toont Verschueren op voortreffelijke wijze aan hoe het cordon sanitaire niet alleen de beleidsvoorstellen en standpunten van het VB buitensloot, maar ook de thema’s zelf onaanraakbaar maakte.

Wie wil weten hoe die guilt by association werkt, leze gewoon wat Verschueren debiteert over die linkse denkers die de moed hadden om religieus geïnspireerde homohaat en vrouwenonderdrukking aan de kaak te stellen. Die lui, aldus Verschueren, “problematiseerden de aanwezigheid van minderheden net zo erg als extreemrechts”. De overkoepelende passe-partout term “problematiseren” spreekt boekdelen. Louter je mond open doen over cultuurverschillen, in eender welke vorm en met eender welke inhoud, is voldoende om achter de sanitaire schutskring verbannen te worden. Of je dan migranten wou “deporteren”, zoals het Vlaams Blok, dan wel of je wou inzetten op inburgering en de strijd tegen segregatie, dat was allemaal eender. Door de intimidatie van lieden als Verschueren (“racisme!”, “extreemrechts!”) kregen minderheden de vrijgeleide om zaken te doen en zeggen die de politiek correcten nooit zouden pikken van hun autochtone medeburgers. Louter door hun status als gekleurde minderheid, werden ze betutteld en afgeschermd van kritiek.

Fascinerend zijn vooral de rationalisaties die Verschueren inroept voor dat gebruik van twee manifest verschillende maten en gewichten. Kritiek op de katholieke Kerk vindt hij prima, want dat is een “instituut”, terwijl de islam een “religie” is. Logisch verschil toch? Wie twee seconden nadenkt over dat onderscheid, ziet er meteen de absurditeit van in. Moet ik werkelijk geloven dat Verschueren zich even hard zou opwinden over mijn kritische stukken over blanke evangelische christenen die creationistische pseudowetenschap op de schoolbanken willen? Het evangelische christendom is immers net zomin een “instituut”, in tegenstelling tot de Katholieke kerk. En in sommige landen vormen evangelische christenen een minderheid. Is mijn kritiek dan “extreemrechts”? Volgens de logica van Verschueren is kritiek op de soennitische islam verboden, maar op de sjiitische islam oké, want die is (in grotere mate) hiërarchisch en institutioneel.

Indien de pioniers van de Verlichting – aan wie Verschueren lippendienst bewijst – zich aan dat “correcte” onderscheid tussen “religie” en “instituut” hadden gehouden, dan had de moderne Bijbelkritiek en kritische analyse van het christendom niet eens plaats gevonden. Spinoza had nooit zijn Theologisch-politiek traktaat geschreven, en Thomas Paine nooit The Age of Reason, laat staan Nietzsche zijn Genealogie van de moraal, een bijtende kritiek op de christelijke moraal.

En tot slot nog over de definitie van “racisme”, die volgens Verschueren “geen betrekking hoeft te hebben op huidskleur”. Nu racisme langzaamaan uit de westerse samenleving aan het verdwijnen is, volgens betrouwbare peilingen, hebben bepaalde academische strekkingen besloten om hun favoriete schimpterm semantisch op te rekken, zodat ze hem onverminderd kunnen benutten als intimidatietechniek. “Racisme” zou niet langer enkel verwijzen naar discriminatie en haat ten overstaan van mensen met een andere ethnie, maar kan net zo goed over andere culturen gaan. Dat heet dan “cultureel racisme” of “New Racism”.

Dat ik met die nieuwe invulling geen rekening houd, is niet omdat ik ze niet ken, zoals Verschueren meent (ik schreef er hier een essay over), maar omdat ik de term “cultureel racisme” zowat het meest absurde oxymoron vind dat het academische postmodernisme heeft voortgebracht. In Verschuerens parallelle universum is kritiek op een multi-etnische wereldreligie, beleden door miljoenen aanhangers van zowat elke denkbare huidskleur, een vorm van “racisme”. Maar studenten die drankjes uitdelen aan passanten op voorwaarde dat hun huidskleur donker genoeg is, en die met Nazi-termen afkomen als je kritische vragen stelt? Dat is gewoon “eenvoudig menselijk respect”, gij “betweterige, irritante, Europese ignoramus.

Ik wil collega Verschueren graag bedanken. Omdat de term “politieke correctheid” vaak ter rechterzijde wordt benut, zijn er nog steeds verstandige mensen die denken dat het louter een schijnvijand betreft die rechtse krachten hebben verzonnen. Zij dwalen. Het spook waart nog steeds door onze academische wandelgangen, en in cultureel-intellectuele milieus. Een treffender illustratie daarvan dan Verschuerens gewillige kniepeesreflex kan ik nauwelijks bedenken.

(De Morgen - 8 december 2016)


zondag 4 december 2016

Hoe links zijn eigen kinderen opeet

Deze zomer bracht ik een bezoek aan de campus van Berkeley nabij San Francisco, na een studiereis in Boston. Berkeley staat bekend als een van de bolwerken van progressief Amerika; de broedplaats van vele progressieve ideeën die later gemeengoed werden in de Amerikaanse samenleving. Maar geruchten hadden me ook bereikt over een doorgeschoten cultuur van politieke correctheid. De verkiezing van Trump was nog een verre nachtmerrie, maar dat deze narcistische vuilbekker het überhaupt tot Republikeinse kandidaat kon schoppen, kwam volgens sommige analisten omdat mensen die politieke correctheid spuugzat zijn.
De huidige generatie studenten aan progressieve universiteitscampussen in de V.S. worden soms sneeuwvlokjes genoemd. Hun teergevoeligheid en hun neiging om aan alles aanstoot te nemen, worden belichaamd in de populaire cultuur van “safe spaces”. Dat zijn ruimtes op de campus of in het auditorium waar studenten gevrijwaard blijven van haatdragende en verontrustende meningen, van beledigingen, en van storend gedrag. Zou ik die sneeuwvlokjes hier in hun natuurlijke habitat aantreffen, in het zonovergoten Berkeley? Toen ik op de campus uitgekuierd was en me terug naar de uitgang begaf, zag ik een groepje studenten met een uitklapbaar tafeltje en enkele plakkaten. Weinig mensen leken acht op hen te slaan, maar een van de borden trok mijn aandacht: “Free horchata. For black folx”. Gratis horchata dus, een Spaans amandeldrankje dat ze ter plekke bereidden. Maar enkel voor zwarte mensen. En verderop: “Black Folx, You Are Beautiful & Loved”. Geen van de studenten was zelf zwart, hoewel sommigen een kleurtje hadden.
Met enige antropologische verwondering stapte ik op hen af. Ik stelde het argwanende meisje gerust dat ik geen horchata hoefde, maar ik vroeg haar wat de aanleiding was van hun actie. “Zwarte mensen verdienen een hart onder de riem, omdat ze het zo hard te verduren hebben door racisme”. Maar is het niet wat ironisch, vroeg ik, om racisme te bestrijden met een boodschap die expliciet discrimineert op basis van huidskleur? Daar had ze een ingestudeerde uitleg voor: “Als er één huis in brand staat, ga je toch ook niet de hele wijk blussen?” OK, laat ons dat even aannemen. “Maar hoe maak je het onderscheid”, wou ik nog weten? “Dat ik niet in aanmerking kom, is evident. Maar hoe donker moet je zijn om een horchata te verdienen? Beoordelen jullie zelf de huidskleur van de kandidaten?”
Op dat moment kwam een Aziatische jongen tussenbeide, die me met lijzige stem toesprak. “We zijn hier niet om in discussie te gaan. Als je over je witte privilege wil leren, moet je maar colleges volgen.” De student vond dat ik me als een “blank herenvolk” gedroeg (white master race), met mijn arrogante vragen. Als ik niet ophoepelde, zou hij de campuspolitie bellen voor “harassment”. Redelijk in de wiek geschoten door deze gratuite uithaal, liet ik me nog ironisch ontvallen: “Mijn excuses dat ik jullie safe space ben binnengedrongen met een kritische vraag.” Waarop de jongen met een uitgestreken gezicht antwoordde: “Precies, dit is onze safe space, heb wat respect daarvoor”.
Politieke correctheid
Indien er een bingo van politieke correctheid bestond, dan kon u nu zowat alle vakjes aanvinken. Een eerste kenmerk is de doorgeschoten verheerlijking van diversiteit en de betutteling van minderheden, die ontaardt in een soort omgekeerd racisme. Een blank manspersoon die zich in een debat mengt, geeft blijk van “white supremacy”. De enige rol die hem is weggelegd, is deemoedig zijn “privileges” te erkennen en te zwijgen. In oktober dit jaar protesteerden Berkeley-studenten voor “Spaces of Color” op hun campus, waar blanke studenten niet zijn toegelaten. Raciale segregatie revisited dus.
Een tweede kenmerk is de sneeuwvlok-mentaliteit. Een kritische vraag wordt aanzien als een vorm van “harassment”, een ruwe inbreuk in de knusse en veilige cocon. Diversiteit is heilig als het om ras en gender en seksualiteit gaat, maar uit den boze als het meningen betreft. Daar heerst de correcte partijlijn. Wie tegenpruttelt is, naargelang de omstandigheid, een racist, seksist, homofoob en transfoob. Of de passe-partout verzamelnaam: bigot.
Een derde kenmerk van politieke correctheid is het koketteren met de eigen deugdzaamheid (virtue signaling). De campusactivisten deden nauwelijks moeite om hun zwarte doelpubliek op op te zoeken. En met amandelnootjes en melk ga je sowieso racisme de wereld niet uit helpen (mocht ik zwart zijn, was ik wellicht beledigd door hun infantilisering). Die sneeuwvlokjes stonden daar dan ook niet voor hun zwarte medemens, maar om met hun eigen nobele inborst te pronken.
Verwarring
Over de term ‘politieke correctheid’ bestaat enorm veel verwarring. Enkele verstandige linkse denkers, van Ignaas Devisch tot Rutger Bregman en Paul Goossens, hebben de afgelopen tijd betoogd dat politieke correctheid een inhoudsloos begrip of een soort fantoom is, dat ofwel nooit bestaan heeft, ofwel al lang vervlogen is. Het probleem is dat ze menen dat “correctheid” verwijst naar numerieke meerderheid of dominantie. Vervolgens tonen zij (terecht) aan dat de gemiddelde burger helemaal niet “politiek correct” denkt over de islam of multiculturalisme. Politieke incorrectheid is dus “nogal gewoontjes geworden” (Bregman) of zelfs “zo mainstream als maar kan” (Devisch). Besluit: incorrect is het nieuwe correct.

Dat zou kloppen, indien “politieke correctheid” gewoon een synoniem was voor “meerderheidsdenken”. Maar dat is niet zo. Het begrip verwijst naar een specifieke moraliserende ideologie die diversiteit verheerlijkt, dwangmatig minderheden verdedigt, en een reële of ingebeelde strijd voert tegen een hele reeks -ismen, in een voortdurend opbod van zelfgenoegzame deugdelijkheid.
Net zoals alle andere pejoratieve begrippen, zoals bijvoorbeeld “racisme”, wordt het begrip “politieke correctheid” vaak misbruikt. Bijvoorbeeld om echte ranzigheid te verdoezelen. Het is ook belangrijk, zoals Devisch en Bregman opmerken, om de versmachtende invloed van politieke correctheid op onze samenleving niet te overdrijven. Bij de intellectuele elite heeft ze invloed, maar nauwelijks bij de brede bevolking. Ga maar eens kijken op Twitter en Facebook. Dat zijn vaak orgieën van politieke incorrectheid. Rechtse mensen die toeteren dat er een soort Orwelliaanse policor-gedachtenpolitie heerst, die iedereen ‘kaltstellt’ en monddood maakt die een onvertogen woord over migranten of moslims uitspreekt, lijden aan een achtervolgingswaan. Die gaan zich, ironisch genoeg, zelf een zielige onderdrukte minderheid wanen.
Rechts populisme
Waarom is politieke correctheid dan toch gevaarlijk? Politieke correctheid is een ander woord voor de linkerzijde die haar kinderen opeet. Linkse mensen zoals ik zijn goedzakken. Niets intimideert ons meer dan de term “racisme”, omdat we geen enkel gedachtegoed meer verafschuwen. Dat is onze heilige schrik: voor racist versleten worden.
Berkeley-sneeuwvlokjes trachtten in 2014 om de uitgesproken linkse komiek Bill Maher van hun campus te weren. Steen des aanstoots? Zijn harde woorden over de islam, die ze “blatantly bigoted and racist” vonden. Mijn KULeuven-collega Nadia Fadil betichtte mij vorige week van “racisme” op Facebook, omwille van mijn publieke uitlatingen over de islam. Dat het Minderhedenforum me had uitgenodigd voor een panelgesprek, vond ze schandalig. Die organisatie zou volgens haar een “veilige ruimte” moeten zijn (herkent u de codewoorden?), waarin minderheidsgroepen niet worden blootgesteld aan vervaarlijke sujetten als ik. Ook de sociologe Samira Azabar van BOEH (Baas Over Eigen Hoofd) en de MO*-journaliste Hasna Ankal noemden me vlakaf een “racist”.
Die beschuldiging is ridicuul - ik ben zelfs voorstander van praktijktests tegen raciale discriminatie - maar er blijft wel iets van kleven. De reden is eenvoudig. In onze contreien is de islam vooral de religie van migranten en nieuwkomers, en de meesten onder hen hebben nu eenmaal een kleurtje (hoewel er voldoende blanke bekeerlingen zijn). Wie de islam bekritiseert, viseert dus ongewild mensen met een andere huidskleur.  

Bij een beetje linkse Gutmensch gaan dan alle alarmbellen af: wegblijven! Niet aanraken! Beter om moslims te ontzien en zelfs een speciale voorkeursbehandeling te geven, teneinde zeker niet de indruk te wekken dat je hen benadeelt. Beter om solidair mee te doen aan World Hijabi Day en met een boerkini te pronken. Maar toon geen solidariteit met ex-moslims en hervormers, want die vallen de islam aan, en die religie is al slachtoffer. Beter om enkel op de katholieke kerk in te hakken. Die is immers van “ons” autochtone blanken, en daarom een veilig doelwit.
Door samenlevingsproblemen niet bij naam te noemen, uit angst om minderheden te viseren, heeft het progressieve kamp de fatale vergissing begaan om die thema’s te laten monopoliseren door rechts en extreemrechts. Echte racisten hebben immers geen last van politiek-correcte smetvrees. In dit land werd er zelfs een heus cordon sanitaire rond gebouwd, een schutkring van intellectuele hygiëne, die niet alleen de standpunten van de bewuste partij onaanraakbaar maakte, maar ook de thema’s waarmee ze in aanraking kwam.
De enkelingen ter linkerzijde die zich wel zonder enige schroom over de islam durven uit te spreken, zoals atheïstische critici van religie, werden besmet door associatie. Voor zover je niet zelf als racist of islamofoob werd uitgescholden, kreeg je te horen dat je het “Vlaams Belang in de kaart speelt” of dat je “extreemrechts mainstreamt”. In werkelijkheid was het net andersom: door linkse critici van de islam en het multiculturalisme met de schriktermen “racisme” en “xenofobie” te intimideren, werd het politieke niemandsland enkel vergroot, en de schutskring rond de thema’s van het Vlaams Belang verwijd. En waar kwamen mensen dan terecht die wakker lagen van migratie en islam?
Terug naar Trump
Inmiddels is de nachtmerrie van Trump werkelijkheid geworden. (Ik houd mijn hart vast voor mijn Berkeley-sneeuwvlokjes) De toekomstige bewoner van het Witte Huis, de leider van de 'free world', de machtigste man ter wereld, is een complete onbenul zonder enige politieke ervaring, een megalomane narcist, een ongeleid projectiel, een grofgebekte brulboei, en een kruitvat vol rancune met het kortste lontje sinds keizer Caligula.
De economische diagnose, die stelt dat Trump aan zijn overwinning werd geholpen door de “verliezers van de globalisering”, klopt niet. De gemiddelde Trump-kiezer is niet arm en laaggeschoold. Exit polls tonen aan dat het mediaan inkomen van Trump-kiezers hoger ligt dan het nationale gemiddelde, rond $70.000 per jaar. Ook die whitelash­­-theorie, die met de vinger wijst naar de boze blanke kiezers in rurale staten, is ontoereikend. Trump scoorde veel hoger dan verwacht bij Latino-kiezers, bij vrouwen en bij zwarten.
Kent u Asra Nomani? Zij is een Amerikaanse journaliste die als correspondent werkte voor de Washington Post. Ze is gekleurd, moslima, hoogopgeleid, immigrante en vrouw. Elk van die eigenschappen zou moeten volstaan om vooral niet voor Trump te stemmen, toch? Dat is nochtans precies wat ze deed.
In een fascinerend stuk in de Washington Post legt ze uit waarom ze ondanks alle vuilbekkerij en populistische prietpraat haar neus dichtkneep en voor The Donald heeft gestemd. Niet dat ik haar stem goedkeur (verre van), maar ik probeer haar beslissing wel te begrijpen. Het zal u niet verbazen dat de woorden ‘politieke correctheid’ en ‘islam’ in haar stuk niet van de lucht zijn.
Exit polls bij de Amerikaanse verkiezingen leren ons dat de belangrijkste beweegredenen van Trump-stemmers "immigratie" en "terrorisme" waren. Niet toevallig zijn dat de onderwerpen waarover het klimaat van politieke correctheid het meest verstikkend is. De politiek correcte riedel over islamterreur, bezongen door zowel Obama als Clinton, en zelfs door voormalig president George W. Bush, gaat als volgt: de islam is een religie van vrede en heeft niets te maken met ISIS en Al Qaeda. Die groepen bestaan uit generische “extremisten”, die de ware islam op cynische wijze hebben misbruikt voor hun wreedaardige doeleinden.
De overwegingen van Obama zijn begrijpelijk, maar de gevolgen zijn catastrofaal. Door de pertinente weigering om de term “islamitisch” zelfs maar uit te spreken in de context van jihadi-terreur, en ondertussen wel aan te schurken bij Saoedi-Arabië en Qatar, lieten Obama en Clinton toe dat Trump zich tot de ultieme uitdager van de politieke correctheid kon kronen. Hij was de enige die de vijand bij naam durfde te noemen, zo klopte hij zichzelf op de borst, dus hij was de enige die hem kon verslaan.

Mestkevers
De hoogdagen van de politieke correctheid in Vlaanderen zijn gelukkig voorbij. De bres is gebroken. Maar laten we de les van Trump niet vergeten. Als politici hun kop in het zand steken over het multiculturele drama, en alle bezorgde burgers wegzetten als racistisch klootjesvolk (zoals Bob Cools vorige week in deze krant), dan moeten ze achteraf niet verwonderd zijn dat ze een grote, balorige opgestoken middelvinger van de kiezer krijgen.
Of om de beruchte metafoor van Karel De Gucht over migratie en extreemrechts een nieuwe wending te geven: wie de mestvaalt braak laat liggen, moet niet verbaasd zijn dat de “mestkevers” lustig kweken.

(De Morgen, 3/12/2016)