zaterdag 25 februari 2017

Waarom iedereen belang heeft bij praktijktests

Vroeger was alles eenvoudiger, zelfs discriminatie. Eigenaars die een huurder zochten, hingen zelf een bordje voor hun pand: “Huis te huur. Geen vreemdelingen”. Restaurantuitbaters in de V.S. konden gewoon tegen het raam plakken: “Wij bedienen enkel blanken. Geen Mexicanen en negers.” In het naoorlogse Verenigd Koninkrijk kende de arbeidsmarkt een geijkte frase “No Irish Need Apply”, soms afgekort tot NINA. Voor de spaarzaamheid, en omdat iedereen wel wist wat het betekende. En dat waren nog blanken onder elkaar. Vandaag zijn de maatschappelijke normen opgeschoven. Openlijke discriminatie wordt niet langer getolereerd. Iemand die het vandaag zou wagen om zulke bordjes aan zijn deur te hangen, krijgt binnen de kortste keren smartphone-paparazzi en een storm van verontwaardiging op sociale media over zich heen.

Inline image 1Maar daarmee is nog niet aangetoond dat discriminatie niet langer voorkomt. Misschien wil de huisbaas nog steeds geen vreemdelingen, maar gaat hij subtieler te werk. Hij wekt de indruk dat iedereen welkom is, maar als iemand met een vreemde naam opdaagt, dan verzint hij gewoon een smoesje. “Sorry meneer, het appartement is net verhuurd.” Of hij geeft een beleefde rondleiding, maar kiest nadien toch consequent voor de blanke huurder. Een club-uitbater kan zijn portier discrete instructies geven om zwarten (zo veel mogelijk) af te wimpelen. “Sorry, we zitten net vol”. “Als je geen vriendin meebrengt, kom je er niet in”. Daar kan je niet altijd mee wegkomen, maar misschien toch al een aardig eindje.

Zelf ben ik nog nooit geweigerd aan de deur van een discotheek behalve om “objectieve” redenen (ik probeerde wel eens op een zomeravond binnen te geraken in sandalen). Als ik van een makelaar te horen krijg dat mijn droomhuis al verhuurd is, heb ik me nog nooit afgevraagd of hij me met een kluitje in het riet stuurde. En als ik een sollicitatieformulier opstuur, hoef ik niet te vrezen dat mijn voornaam mensen zal afschrikken (misschien wel mijn volledige naam).

Ook voor de potentiële doelwitten blijft het lastig om verdoken vormen van discriminatie in te schatten. Hoe weet je zeker of het appartement écht verhuurd was, en of je CV eerlijk werd beoordeeld? Ben je nu paranoïde, of is er echt iets aan de hand? Het debat over discriminatie is een ideologische loopgravenoorlog. Langs de ene kant van de frontlinie klinkt het dat we eindelijk eens moeten ophouden met dat slachtofferdiscours. Is het echt nodig om altijd en overal ‘discriminatie’ roepen als je je zin niet krijgt? Een huisbaas heeft nog altijd keuzevrijheid. En groepen Marokkanen zijn vaak keetschoppers, logisch dat ze worden geweigerd aan de discotheek. Vanuit de andere loopgraaf horen we dat we altijd naar de slachtoffers moeten luisteren. Als zij zeggen dat ze zich gediscrimineerd voelen, moeten we dat ernstig nemen. Hun ervaring in twijfel trekken of als inbeelding afdoen, is ‘victim blaming’.

Er is een eenvoudige methode om dit ideologische dispuut te beslechten: een wetenschappelijk experiment. Vergelijk twee situaties. Hou alle factoren constant, maar wijzig één cruciale variabele. De vermeende smoesjes van makelaars en huiseigenaars lenen zich daar perfect toe. Bel eerst naar de makelaar als Ahmed. Krijg je te horen dat het appartement al verhuurd is, bel dan een half uur later terug als Dirk, met een ander nummer. Wees even vriendelijk, doe precies hetzelfde. Krijg je de tweede keer te horen dat je welkom bent? Betrapt. De enige onderscheidende factor is de naam van de potentiële huurder. Dat is het mooie aan wetenschap: met een slim experiment ontrafel je een complexe werkelijkheid.

Precies die heldere methodologie werd toegepast door mijn UGent-collega’s Pieter-Paul Verhaeghe en Koen Van der Bracht van de vakgroep sociologie, in opdracht van Stad Gent. De resultaten? Als je een vreemde naam gebruikt, word je in 1 op 3 gevallen al bij het eerste contact gediscrimineerd. De sociologen stelden ook andere vormen van discriminatie vast, bijvoorbeeld op basis van een fysieke beperking, via dezelfde methode: doe je de eerste keer als blinde voor, de tweede keer niet. Mensen met een sociale uitkering werden nog vaker gediscrimineerd. Met de onzalige combo van vreemde naam én sociale uitkering, word je in 3 op 4 gevallen meteen afgewimpeld.

Met wetenschap kan je een probleem vaststellen, maar daarmee is het toch nog niet verholpen? Merkwaardig genoeg heeft het onderzoek zelf al een effect, op voorwaarde dat de proefpersonen weten dat ze in onderzocht worden. Dat wisten ze eerst niet, maar later wel. Na de eerste fase van het onderzoek ontvingen alle makelaars een brief van Stad Gent, waarin hen werd uitgelegd wat het opzet was van het onderzoek, en waarom etnische en sociale discriminatie puur een misdrijf is. Met sancties werd er niet eens gedreigd. Maar wat bleek? Toen de onderzoekers hun proefopzet herhaalden bij dezelfde groep makelaars, bleek nog slechts 10% te discrimineren (tegenover 26% in de eerste ronde). Louter het besef dat ze het voorwerp waren van een onderzoek, en de herinnering aan het wettelijke verbod op discriminatie, zorgde voor een substantiële daling. Waar wacht de overheid nog op?

Bezwaren

Inline image 1Zonder naar de rechter te stappen of zelfs met sancties te dreigen, kunnen praktijktests de discriminatie dus al significant  verminderen. Wie kan hier nu tegen zijn? Ik heb er eerder voor gepleit dat de overheid zelf praktijktests uitvoert op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, of dat ze middenveld daarvoor subsidieert. Dat moet u zelf eens proberen. U zal vanzelf merken hoeveel onwil over deze kwestie bestaat, en hoe creatief tegenstanders zijn in het bedenken van slappe uitvluchten, manke analogieën en drogredenen. Het vaakst gehoorde argument tegen praktijktests luidt dat ze voor een “maatschappij van wantrouwen” zorgen. De overheid gaat er “bij voorbaat al van uit dat bedrijven discrimineren”. Met een valse naam bellen, dat is toch “achterbaks gedoe”? Stel je voor dat we die redenering toepassen op de snelheidsregels. Dan kunnen we meteen alle flitspalen weghalen en trajectcontroles afschaffen. Die creëren immers enkel een “maatschappij van wantrouwen”. De overheid gaat er “bij voorbaat al van uit dat mensen te snel rijden”. En dat gedoe met verdoken flitspalen en neppalen, hoe “achterbaks” is dat? Zouden we niet beter vertrouwen op het verantwoordelijkheidsbesef van de autochauffeurs, en eventueel af en toe eens aan sensibilisering doen?

Een verwant argument is dat praktijktests een vorm van “uitlokking” van een misdrijf zijn. Dat klopt niet, althans niet de juridische zin van het woord. Wie een praktijktest uitvoert, neemt weliswaar een valse identiteit aan, maar creëert gewoon de situatie die zich onder normale omstandigheden zou voordoen. Deze praktijk wordt vaak verward met mystery calls, waarbij de tester zelf een discriminerende vraag stelt aan een bedrijf dat bepaalde diensten verleent, om na te gaan of het bedrijf daarmee zal instemmen. Bijvoorbeeld: je doet je als klant voor bij een poetsbedrijf en zegt dat je “geen zwarte” wil. Door die sturende vraag te stellen, die een normale klant misschien helemaal niet had gesteld, lok je een misdrijf uit. Iemand die zich als potentiële huurder voordoet, zoals bij een praktijktest van de UGent, doet precies wat elke persoon zou doen: zijn of haar naam zeggen.

Volgende tegenargument: praktijktests zouden overbodig zijn, want de marktwerking lost het probleem vanzelf op. Een werkgever die een bekwame kandidaat afwijst op basis van zijn huidskleur of religie, snijdt in zijn eigen vel. Probleem is dat diezelfde marktwerking ook discriminatie kan bestendigen, als daar “vraag” naar is. Zolang klanten liever blanke kassierster willen, zal de markt precies de bedrijven afstraffen die weigeren te discrimineren. Het is geen toeval dat sommige makelaars vragende partij zijn voor praktijktests, aldus socioloog Pieter-Paul Verhaeghe. Door niet in te gaan verzoeken tot discriminatie, slinkt het cliënteel van de eerbare makelaars. Die klanten gaan vervolgens aankloppen bij makelaars met minder morele scrupules. Dat is een vorm van oneerlijke concurrentie. Bovendien is marktwerking geen mirakelmiddel. Discriminatie van bekwame werknemers wordt te langen leste afgestraft door de vrije markt, maar niet ogenblikkelijk.

Een ander excuus is dat van de keuzevrijheid. De overheid kan ons toch niet verplichten om ons huis aan “gelijk wie” te verhuren? Natuurlijk niet, dat is ook niet aan de orde. De wet waarborgt de vrijheid van de eigenaar om zijn huis niet te verhuren aan iemand die hij niet vertrouwt. Dat blijft tot op zeker hoogte een subjectieve inschatting. Niemand zal je dwingen om je huis aan een specifieke persoon te verhuren. Het enige wat de praktijktests vaststellen, en waartegen de overheid kan optreden, is dat je iemand bij voorbaat al uitsluit puur omdat hij een vreemde naam heeft, of een visuele handicap.

En als alle argumenten zijn uitgeput, komen mensen met absurde analogieën en hyperbolen opzetten. Op Twitter kreeg ik de volgende argumenten te horen: “Mijn dochters hebben blanke vriendjes, is dat ook discriminatie?” “Dat zijn gewoon Stasi-praktijken”. “Oeps, ik heb een blanke vrouw, ben ik nu strafbaar?”. En klap op de vuurpijl: “Mogen we voortaan geen honden of andere huisdieren weigeren”?

Steekhoudend bezwaar

Neemt niet weg dat er ook een meer steekhoudend pragmatisch bezwaar is: stellen we het moment van discriminatie niet gewoon uit? Maken praktijktests de discriminatie niet gewoon nog doortrapter, in plaats van ze te bestrijden? De tijd waarin mensen “Geen vreemdelingen” in hun advertenties zetten, ligt inderdaad achter ons. En de tijd waarin makelaars alle Moestafa’s en Samira’s met een smoesje afwimpelen binnenkort misschien ook, als we praktijktests invoeren en met sancties zwaaien. Maar wat als controles niet voor morele ophoging zorgen, maar gewoon voor beter camouflagetechnieken?

Dat is logisch mogelijk, maar in de praktijk weinig waarschijnlijk. Mensen die geen vreemdelingen of blinden in hun huis willen, zijn niet noodzakelijk kernracisten of blindenhaters. Vaak zijn ze gewoon risico-afkerig en kiezen ze voor de weg van de minste weerstand. In hun zoektocht naar een betrouwbare huurder, willen ze zo snel mogelijk een eerste grove selectie doorvoeren. Al wie van de norm afwijkt, wordt meteen afgeschoten. Enkel wat vertrouwd is en geen enkele mogelijke complicatie oplevert, wordt weerhouden. En waarom niet, als je je het kunt veroorloven? Het is geen toeval dat etnische discriminatie vooral voorkomt op de huisvestingsmarkt, waar het aanbod schaars is en de vraag groot. Bij knelpuntberoepen echter, waar werkgevers zich minder kieskeurigheid kunnen veroorloven, stelde econoom Stijn Baert omzeggens geen discriminatie vast.

Hier is een meer plausibel scenario. Als discriminatie in de eerste fase wordt ontmoedigd of bestraft door de overheid, krijgen mensen de gelegenheid om Mohammed of Samira in levende lijve te ontmoeten. Dan blijkt misschien dat ze vriendelijk zijn en verzorgd voorkomen. Zelfs doorgewinterde Vlaams Blok-stemmers, al foeteren ze nog zo hard op vreemdelingen, maken weleens een uitzondering voor sympathieke Ali van de kruidenierswinkel. “Ja, maar gij zijt ne goeien, Ali. ’t Zijn al die andere Turken.”

Men kan daarom lachen, maar dat is nu eenmaal hoe de menselijke geest werkt. Als de overheid optreedt met praktijktests, en etnische discriminatie in een vroege fase aanpakt, dan kan het best zijn dat ze dat in een latere fase niet meer hoeft te doen. Wie vertrouwen verdient, zal het vanzelf wekken. Wie niet, niet. Dat ligt in de lijn van de ‘contacthypothese’ in de sociologie, die stelt dat wantrouwen tussen groepen zal verminderen naarmate ze meer met elkaar in contact treden. Onbekend is onbemind (en vice versa).

Iedereen voorstander

We moeten problemen durven benoemen met minderheidsgroepen (wat links te weinig doet), maar we moeten ook individuen beschermen tegen de al dan niet terechte veralgemeningen over de groep waartoe ze behoren (wat rechts te weinig doet). Door eindelijk werk te maken van praktijktests, zendt de overheid ook een belangrijk signaal uit: wij nemen (mogelijke) discriminatie wel degelijk ernstig. Nu is de Belgische wetgeving wel streng, maar blijft ze vaak dode letter. Door flauwe uitvluchten te debiteren, wekt de regering de indruk dat ze het niet zo nauw neemt met discriminatie. Het is de straffeloosheid, niet de praktijktesten zelf, die de “maatschappij van wantrouwen” creëert waarvoor met name de N-VA beducht is. De ene groep vindt dat ze voortdurend gediscrimineerd wordt, de andere vindt dat de eerste zich in een slachtofferrol wentelt en excuses zoekt voor het eigen falen. Behoort u tot die tweede groep? Reden te meer om voorstander te zijn van wetenschappelijk verantwoorde praktijktests: eindelijk een kans om uw gelijk te bewijzen!

Beste regeringspartijen, reken niet enkel op zelfregulering, sensibilisering of marktwerking. Voer zelf controles uit, met een heldere en correcte methode, en licht alle betrokken partijen in. Doe aan opvolging en sleep de hardleersen voor de rechter. Maar bespaar ons uw slappe uitvluchten.

(Lange versie van stuk in Zeno, De Morgen )


donderdag 23 februari 2017

Ga de strijd aan met de orthodoxe islam

(Interview in De Morgen over de toekomst van links)
Voor Maarten Boudry is het duidelijk: links mag niet langer de kop in het zand steken als het over multiculturele zaken gaat. En niet alle bezorgde burgers wegzetten als racistisch klootjesvolk. “Kijk naar wat er vorig jaar gebeurde in Keulen. Daar was de eerste reflex dat er vooral niet uitgesproken mocht worden dat het wat te maken had met migratie of islam. Of de aarzeling van de CIA om de laatste telefoongesprekken vrij te geven van de dader van de schietpartij in een homoclub in Orlando. Want in die gesprekken ging het over de islam.”
Links moet dringend af van de bijna automatische reflex om minderheden in bescherming te nemen, vindt Boudry. “Over de islam mag je niets slecht zeggen, want dat is de religie van een onderdrukte minderheid. Dat komt bij de mensen over alsof de moslims een voetje voor hebben, alsof ze altijd net iets meer mogen. En dat gevoel wordt dan gerecupereerd door Trump of andere populisten.”
Vooral de uitholling van het begrip racisme doet links de das om. “Linkse mensen zoals ik zijn goedzakken. Niets intimideert ons meer dan de term racisme, omdat we geen enkel gedachtegoed méér verafschuwen. Dat is onze heilige schrik: voor racist worden versleten. Het is in ons hoofd dan ook beter om moslims te ontzien en, meer nog, hen een speciale voorkeursbehandeling te geven om zeker maar niet de indruk te wekken dat je hen zou kunnen benadelen.”
”Mensen die uitgesproken links zijn, maar zich weleens kritisch uitlaten over islam of minderheden worden meteen opgepeuzeld, gedemoniseerd. Ze worden vooral verweten “extreemrechts in de kaart te spelen”. “En over jihadisme worden steeds dezelfde socio-economische verklaringen afgerammeld: ‘Radicalisering is een verhaal van achterstelling en frustratie. Dat riedeltje klinkt sympathiek maar mensen geloven dat niet meer.
”Mensen zijn ook bang. Bang dat ze straks allemaal Arabisch gaan moeten spreken, dat hun dochters en vrouwen straks een hoofddoek op moeten. Die angst is overtrokken, maar in plaats van die zorgen ernstig te nemen, doet links die af als racistisch of islamofoob. Daardoor blokkeer je de discussie volledig, of laat je ze over aan rechts.
”Louter de zaken benoemen kan volgens mij rechts echt de wind uit de zeilen nemen. Die vrome praat over ‘barbaren’ en ‘nihilisten zonder religie’ en ‘gestoorde mannen’ en ‘pas d’amalgames’, daar trapt niemand meer in. Mensen voelen zich ook als idioten behandeld als je de waarheid met de mantel der liefde bedekt. ”Kijk naar de overwinning van Donald Trump. De economische diagnose die zegt dat Trump aan zijn overwinning werd geholpen door de ‘verliezers van de globalisering’, klopt niet volgens Boudry. “De exitpolls tonen dat de gemiddelde Trump-kiezer niet arm en laaggeschoold is.
De polls tonen dat de belangrijkste beweegredenen ‘immigratie’ en ‘terrorisme’ waren. Niet toevallig thema’s waarover het klimaat van politieke correctheid het meest verstikkend is. ”Obama en Clinton kregen het niet over hun lippen om de term ‘islamitisch’ uit te spreken in de context van jihadterreur. Hun riedeltje was: de islam is een religie van vrede en heeft niets te maken met IS. Begrijpelijk vanuit politiek oogpunt, maar de gevolgen zijn wel catastrofaal. Want Trump had maar in het gat te springen.”
”Links moet consequent zijn. Net zoals het vroeger de katholieke kerk heeft aangepakt op thema’s als homorechten, abortus en man-vrouwgelijkheid, moet ze volgens Boudry nu ook de strijd aangaan met de orthodoxe islam. Pas door de zaken te benoemen, kan er een open dialoog worden gevoerd over de religieuze wortels van homohaat, vrouwenonderdrukking, haat tegen ongelovigen en antisemitisme.
”Links kan het zich niet meer permitteren om nog langer politiek correct te zijn. Het moet proberen op een gezonde manier duidelijke standpunten te verwoorden over islam, radicalisering en integratie. Bied mensen een geloofwaardig alternatief voor de knettergekke voorstellen van Trump en Wilders.”

woensdag 22 februari 2017

Een Kleine Ode Aan... "Doing Good Better" van William MacAskill

“Filosofen hebben de wereld geïnterpreteerd. Waar het op aankomt is haar te veranderen.” De gevleugelde woorden staan op de graftombe van Karl Marx. Met zijn gedachtegoed is het niet goed afgelopen. Als je de wereld ten goede wil veranderen, weet je beter eerst hoe ze in elkaar zit. Marx geloofde in het wetmatige verloop van de geschiedenis, via dialectische schema’s, maar zijn theorie was pseudowetenschappelijk luchtkasteel. Zijn volgelingen gingen halsoverkop tot de actie over, met rampzalige gevolgen.
Maar het sentiment van Marx is nog steeds behartenswaardig. Een meer rationele manier om de wereld te veranderen, na haar eerst goed te begrijpen, is de nieuwe beweging van het Effectief Altruïsme. In zijn boek Doing Good Better (2015) past de Schotse filosoof William MacAskill de principes van het Effectief Altruïsme toe op ons persoonlijke leven: Welke goede doelen steun je, welke carrière kies je, welke engagementen ga je aan? Nobele bedoelingen alleen volstaan niet voor liefdadigheid. De weg naar de hel ligt ermee geplaveid, zoals het communisme toonde. De eerste stap van Effectief Altruïsme is bescheidenheid. Denk niet te snel dat je weet wat werkt. Erken je onwetendheid. Laat je leiden door ratio en wetenschappelijk onderzoek.
Filosofische boeken sporen mij zelden aan tot onmiddellijke actie, maar MacAskills heldere pleidooi voor een huwelijk tussen hart en hoofd is een uitzondering. Wij hebben vandaag ongekende mogelijkheden om het goede te bewerkstelligen. We weten steeds beter wat werkt, dankzij wetenschappelijk onderzoek, en schenkingen zijn slechts enkele muisklikken verwijderd. Waarop wacht u nog?

Voor Filosofie-blog Bij Nader Inzien.



zondag 12 februari 2017

Salafisten = hipsters?

De oprukkende salafisten waarvoor onze veiligheidsdienst OCAD deze week waarschuwde, zijn gewoon "een soort islamitische hipsters", zo sust de Arabist Chams Eddine Zaougui in De Standaard, die nochtans doorgaans wel zinnige dingen schrijft. Zaougui baseert zich op een boek van de Nederlandse onderzoeker Michiel Leezenberg, die zijn betoog hier in NRC uit de doeken doet. Maar ook Leezenberg lijkt niet verder te raken dan de oppervlakkige fysieke gelijkenis van de "verzorgde baarden". In werkelijkheid kan de kloof tussen beide groepen niet dieper gapen.
Hipsters zijn mondaine en hippe vogels, liefhebbers van retro en pastiche, toonbeelden van postmoderne ironie, aanhangers van diversiteit met een eclectische stijl, doorgaans moreel progressief en tolerant, zozeer zelfs dat ze geassocieerd worden met het postmoderne morele relativisme en de "whatever works for you" attitude.
Salafisten zijn intolerante, ultra-conservatieve religieuze dogmatici, die een 7de-eeuw boek als de onfeilbare en eeuwige openbaring van een opperwezen beschouwen, die dat boek op de meest rigide wijze opvatten en tot in de puntjes willen navolgen, die elke vernieuwing in hun religie verwerpen, en die zich totaal van moderniteit, gendergelijkheid en vrije seksualiteit afkeren.
En ja, ook salafisten hebben een verzorgde baard. Behalve de vrouwen dan, die hier weer schromelijk over het hoofd gezien worden. Salafistische vrouwen moeten zich tooien in lichaamsbedekkende kledij (abaya of chador) en een eventuele gelaatssluier (nikab), zoals voorgeschreven in de heilige boeken en wetteksten, zodat ze ten allen tijde zedig blijven en geen mannelijke lusten opwekken.
Enkel wie niet verder dan naar hun getrimde baard kijkt, zou hipsters en salafisten met elkaar durven verwarren (zie deze grappige site: salafiorhipster.tumblr.com/). Wie het echte equivalent voor de islamitische hipster wil zien, moet dit artikel van The Guardian eens bekijken, met bijbehorende foto's.  Er bestaat zelfs een portmanteau-woord voor: "mipsters". En deze hippe meiden zijn, voor de duidelijkheid, géén salafi's.
Wanneer gaan we nu eindelijk ophouden met die achterlijke ideologie van het salafisme op een lichtzinnige wijze te vergoelijken en relativeren? Natuurlijk klopt het dat niet elke salafist een "tikkende tijdbom" is, zoals Chams zegt. We weten al langer dat er ook vrome, a-politieke, zogenaamde 'quietistische' salafisten bestaan, die niet de ambitie hebben om overal de sharia in te voeren, maar die zich enkel uit de moderne samenleving willen terugtrekken zodat ze hun hele leven aan hun verstarde religie kunnen wijden. De quietistische salafisten hebben theologische bezwaren tegen ISIS: ze vewerpen de manier waarop Al Baghdadi zichzelf tot kalief uitriep, en ze vinden dat hij "fitna" (onrust, onenigheid) veroorzaakt. Daarnaast interpreteren ze ook de baya'a (getrouwheidseed) op een andere manier.
Dat neemt niet weg dat de ideologie van het salafisme verachtelijk is, zelfs in de quietistische vorm, zoals Dirk Verhofstadt betoogt zijn in nieuwe boek erover. Dat neemt evenmin weg dat de scheidingslijn tussen het a-politieke salafisme, het politieke islamisme en het militante jihadisme flinterdun is, en dat de overstap zo gemaakt is. Ook Abu Bakr Al-Baghdadi, de zelfverklaarde kalief van ISIS, trimt zijn baard netjes. Een onschuldige "hipster" zou ik hem niet noemen.

Abolish the freedom of religion!

I am rather fond of most of our freedoms. But one I’d like to get rid of is the freedom of religion. At best, that principle is completely superfluous, but in most cases it’s also discriminatory, arbitrary, and absurd. 

The principle of freedom of religion” is enshrined in the European Convention of Human Rights and the First Amendment of the U.S. Constitution. The constitution of my own country, Belgium, has a special article devoted to it (we call it “freedom of worship”), as do the constitutions of many other countries. Nonetheless, I think this principle should be abolished.

Why? All freedoms to which religious believers are entitled are already secured in the Universal Declaration of Human Rights, especially the freedom of thought and conscience and the freedom of assembly. Why must our secular constitutions include a special principle called “freedom of religion,” with some (as in Belgium) mentioning other beliefs and convictions almost as an afterthought? All opinions should be free, whether they’re called religious or not.

The special treatment of religion, to be sure, has historical roots. Our liberal principles originated in an era in which people were persecuted for their religious beliefs, byit should be notedpeople with a different set of religious beliefs. In a more mature liberalism, however, as developed by thinkers such as Spinoza and John Stuart Mill, religious liberty falls within the broader concept of freedom of expression. “Freedom of religion” is a relic from an era of religious intolerance, in which the most common reason why people smashed each other’s heads was that they worshipped the wrong god. Nonreligious differences of opinion simply didn’t provoke such hatred and wholesale slaughter.

But is there any harm in the redundant, separate mention of a freedom of religion in our constitutions and human rights declarations? Let’s compare it with the freedom of gastronomical beliefs or the freedom of opinions expressed on Thursdays. It is obviously superfluous but still harmless, right?

Unfortunately, it’s not that simple. According to a common misconceptionthat everyone is free to express, of coursereligion deserves special privileges. All opinions are free, so goes the argument, but religious ones are freer than others. You always need to “respect” faith. After all, isn’t there such a thing as freedom of religion?

Rather than just being redundant, this interpretation of the freedom of religion is blatantly discriminatory. Take the Belgian Council of State’s recent recommendation that a general ban on the unstunned slaughter of animals infringes on the religious liberty of Muslims and Jews, who are compelled by their faith to practice ritual slaughter without stunning. In this case, religion is given a free pass. The very same act is deemed illegal when committed by one group (atheists) but permitted for a different group (Muslims and Jews). As Brian Leiter argued in his book Why Tolerate Religion?, there is no convincing reason why religious beliefs and practices should be entitled to special privileges and exemptions from generally applicable laws. If you follow that line of reasoning, then a special principle called “freedom of religion” is inherently unfair and discriminating.

Moreover, what exactly is “religion,” anyway? By enshrining the ill­conceived notion of freedom of religion in our constitution, our poor state obliges itself to practice cultural anthropology and even theology. Does every authentic religion have a creation story or a belief in a kind of afterlife? Is a supreme being or religious service required? Is a holy book an essential ingredient? None of these characteristics is culturally universal. By the way, how many people do you need to form a religion? Is a single prophet’s voice in the wilderness sufficient?

Take our Eurocentric fixation on sacred books. The Qur’an contains vague stipulations about covering one’s body. Muslims frequently invoke those verses to demand the right to wear a headscarf anywhere. Ironically, many of those who favor a ban on the headscarf in European countries get bogged down in exegesis as well. Does the text really say one should cover one’s head or is the chest area enough? Does the ban violate religious freedom or not?

But that discussion is absurd. Believers enjoy the right to adopt an original or even ridiculous interpretation of any text. Consider this: Why would an ancient book qualify as a criterion in the first place? Suppose a Muslim woman claims that it’s her innermost conviction that Allah desires her to wear that headscarf, regardless of what the Qur’an or imam says. Perhaps an archangel personally whispered it into her ear. Whoever doesn’t recognize that as “religion” bows to the might of the majority and discriminates against religious innovators and minorities.

And think of it the other way around: suppose the Qur’an stipulates, literally and unambiguously, that women should walk around in burqas everywhere, with just a tiny slit for one single eye, as a Saudi cleric recently suggested. Would that force the state to admit: The book says so, therefore we have to allow it?” 

Is astrology a religion? Naturism? Rastafarianism? Everyone who fancies doing so can appropriate the label religion and all its attendant privileges, because there is no reputable anthropological definition of religion anyway. This is exactly what Scientology godfather L. Ron Hubbard did. After he had been sued for illicit practice of medicine, he rebranded his whole doctrinal shebang as a “religion,” as a result of which Scientology (previously Dianetics) nowadays still enjoys tax­exempt status in the United States—because it’s a “religion,” you see.

If that’s how it works, this atheist cannot lag behind. The Almighty has just informed me, through my sensus divinitatis, that this article contains the infallible and final revelation concerning all religious issues: All of thee shall respect my religion! The very paper on which this revelation is printed is holy. Whoever throws away this magazine in the trash can, or runs it through the paper shredder, commits blasphemy.

Lord, deliver us from the freedom of religion!

Piece in Free Inquiry (january 2017). This article is adapted from an opinion piece published in the Belgian newspaper De Tijd, as translated by Leon Korteweg.

maandag 6 februari 2017

Goede bedoelingen

Denkfout: 'Iemand heeft goede bedoelingen en dus mag je geen kritiek geven'
Op oudejaarsdag publiceerde ik een essay in de Vlaamse krant De Morgen over de Belgische Partij van de Arbeid (PVDA+). Dat is niet zomaar de tegenhanger van de sociaal-democratische Pvda in Nederland. De Belgische PVDA is een communistische partij, die dertig jaar werd geleid door iemand die Stalin en Mao verheerlijkt, en persoonlijk op visite ging bij de Noord-Koreaanse dictator Kim Il-Sung. In 2008 onderging de partij een vernieuwingsoperatie, maar de oude stalinistische demonen zijn nog lang niet uitgebannen: van resoluties voor steun aan Noord- Korea, vergoelijking van het schrikbewind van de bolsjewieken, ophemeling van de dictaturen in Cuba en Venezuela enzovoort.
De Belgische PVDA bevindt zich in een soort ideologische spreidstand, zo betoogde ik in mijn stuk. Zelden heb ik zoveel bagger over me heen gekregen als de dagen na mijn stuk. Op sociale media en in mijn mailbox was het een waar festijn van drogredenen, ad hominem-aanvallen encomplottheorieën. Eén argument viel me op, en verklaart volgens mij de giftigheid van veel reacties.
Dat was de denkfout van de Goede Bedoelingen. In plaats van op mijn argumenten in te gaan, vonden velen het ongehoord dat ik überhaupt in de aanval ging tegen de PVDA. Hoe durfde ik mensen aan te vallen die ‘opkomen voor de gewone man’, die strijden tegen armoede en sociale uitbuiting? Die denkfout ziet Goede Bedoelingen als een soort morele vrijgeleide, die de bezitter immuniseert tegen kritiek. Dat is ook de reden waarom het zo lastig is om kritische vragen te stellen over de effectiviteit van ontwikkelingshulp, zoals de filosoof William Macaskill betoogt in zijn nieuwe boek Doing Good Better. Veel mensen vinden het onkies om met rationele argumenten te komen als het over goede doelen gaat. Dat is jammer, want Goede Bedoelingen staan niet garant voor Goede Daden. Goede Bedoelingen zijn een schaars goed in de wereld. Het is jammer wanneer ze verkwanseld worden aan slechte ideeën. We moeten kritische vragen kunnen stellen over de effectiviteit van ngo’s en over de fiasco’s van het communisme.
Die denkfout van de Goede Bedoelingen heeft ook een donkere keerzijde. Hoe vaster je overtuigd bent van je eigen goede bedoelingen, hoe minder je geneigd zult zijn om je ideeën aan een kritische toets te onderwerpen. De weg naar de hel ligt geplaveid met goede bedoelingen. Vanuit het standpunt van de dogmatische idealist kunnen zijn tegenstanders maar één drijfveer hebben: ze zijn kwaadaardig. Dat verklaart wellicht waarom ik zoveel vitriool over me heen kreeg van communisten.
Filosofie Magazine (februari 2017)

Zembla reportage over "gematigde" Deense moskeeën

Hierbij een ontluisterende undercover-documentaire bij het Nederlandse Zembla over de zogezegd "gematigde" moskeeën in Denemarken. Een vrouw krijgt keer op keer te horen dat ze nooit seks mag weigeren van haar man (verkrachting binnen huwelijk is dus OK), en dat ze moet begrijpen dat hij haar af en toe slaat en dat hij eventueel een extra vrouw zou nemen (toch begrijpelijk als ze de seks weigert waar haar man recht op heeft?). Wat ze zeker NOOIT mag doen, zo drukken de imams en islamitische consulenten haar op het hart, is naar de politie stappen voor huiselijk geweld, want de Deense "kufr" (ongelovigen) zijn niet islamitisch, en moslims mogen eigenlijk geen deel uitmaken van de Deense samenleving. En oh ja, overspelige vrouwen verdienen eigenlijk de steniging, maar dat wordt voorlopig niet toegepast.
Vergelijk dit met de hypocriete en huichelachtige uitspraken van de woordvoerders van dezelfde moskeeën over "integratie" en "respect voor de Deense wetten".
Dit zijn de grootste moskeeën in Aarhus en Kopenhagen, die officieel bekend staan als "gematigd". En bij alle acht horen we gelijkaardige verwerpelijke praat. De werkelijkheid is bij deze nogmaals betrapt op een schandalige uitspatting van "islamofobie". Misschien eens aanklagen bij het CGKR? Op een of andere manier kan je al op voorhand voorspellen welke mensen nooit of te nimmer enige aandacht zullen besteden aan dit soort reportages. Stel je voor dat priesters in katholieke Kerken verkrachting en kindermishandeling zouden goedkeuren! Over dit soort verlammende "politieke correctheid" over de islam ging mijn recente essay in Zeno dus.